
In de jaren zestig mengde de JOVD zich steeds meer in de politiek van alledag, vaak op een serieuze manier. Dat diende niet ten koste te gaan van het plezier, vond voorzitter Hans Wiegel: politiek moest niet alleen ernstig zijn, maar ook leuk. Vergaderingen combineerde hij met gezelligheid. Met zijn kwajongensstreken en zijn bravoure kreeg Wiegel veel gedaan.

Vertier bleef in de JOVD belangrijk. Daarvan getuigden onder meer het cabaret en het feest op de zaterdagavond van de congressen. De jongeren hadden hun eigen cabaretgroep, genaamd ‘Gouds JOVD-cabaret’, die bestond uit twee dames en drie heren. Op het congres van 6 en 7 november 1965 werd hun voorstelling opgenomen en later uitgebracht op een grammofoonplaat. Hierop staat het lied Bah! Zo zijn de liberalen!, dat volgens het verslag in De Driemaster het hoogtepunt van het ‘vrolijke feest’ was geweest. De congresgangers werden in de jaren zestig trouwens steeds jonger: lag hun gemiddelde leeftijd in het eraan voorafgaande decennium dicht bij de dertig, nu waren ze gemiddeld begin twintig.
In de jaren zestig was er op de congressen ook ruimte voor sport en spel. Er werden voetbalwedstrijden georganiseerd, maar de congresgangers konden ook aan een bosloop meedoen. Om te zorgen dat iedereen op de congressen kon overnachten, werd er een huisvestingscommissie ingesteld. Op deze manier had men de mogelijkheid om onder andere bij particulieren te overnachten. Het vijftienjarige jubileum werd weer gevierd in Hotel Krasnapolsky in Amsterdam, terwijl het vierde lustrum plaatsvond in Emmen. Naast congressen organiseerde de JOVD jaarlijks ook een zomerweekend, dat werd gehouden in het conferentieoord De Vechtstroom in Dalfsen.

